Poona Beach
Vrienden van ons vroegen of we geen zin hadden om mee te gaan naar Poona Beach. Natuurlijk hadden we zin ! Zaterdagvoormiddag laadden we de Jeep in en tegen de middag vertrokken we met Nathan en Patty. We hadden allebei een boot op sleeptouw. Het was ongeveer een uurtje rijden naar Poona. Toen we er aankwamen was het jammergenoeg eb en konden we de boten niet meer te water laten. We installeerden ons op de nabije camping. en genoten van een gezellige avond. De zondagmorgen stonden we om 7 am op, aten spek en eieren als ontbijt en dan was het tijd voor het moment waar iedereen naar uit keek. We reden naar de boothelling waar we met de jeep zo ver mogelijk achteruit reden zodat we de boot vlot in het water konden laten glijden. Toen dit gebeurd was met de twee bootjes vaarden we rechtsaf richting Poona Creek.
Links zagen we Fraser Island liggen en de doorgang naar de oceaan. In de monding was het zoeken naar de ingang van Poona Creek want er waren veel zandbanken waar we onze weg tussen moesten zoeken. Gelukkig hadden Nathan en Patty een dieptemeter op hun boot.
We vaarden een heel eind, sommige stukken konden we echt eens goed voluit gaan, tot groot plezier van onze 3 kids. We zagen ook een grote schildpad vlakbij onze boot en in het ondiepe water zagen we een 'stingray' (pijlstaartrog). Na enkele kilometers smeten we de ankers uit en maakten de boten aan elkaar vast. Daarna smeten we onze vislijnen uit en was het afwachten wie er het eerste beet zou hebben. Onze Seppe was de gelukkige; hij haalde een 'Yellow Fin Bream' van 22 centimeter uit. Jammergenoeg was die 1 centimeter te klein om legaal te mogen meenemen dus moesten we de vis terug in het water gooien.
Patty en Jasper hadden ook een paar maal beet maar het waren telkens 'mudcrabs' (modderkrabben) die aan hun aas knabbelden en zich stevig vasthielden aan de haak met hun grote scharen. Mudcrabs zijn zeer lekker om te eten maar ook deze waren jammergenoeg nog te klein om mee te nemen.
Nathan vangde een 'cod' (kabeljauw) en een 'Moses Perch' (baars) maar ook deze waren te klein en belandden opnieuw in het water. Plots zagen we rotsen zichtbaar worden in het midden van de kreek die ons duidelijk maakten dat het water zo'n 20-tal centimeter gezakt was (laagtij) en dat we niet probleemloos terug zouden raken. We haalden vlug de vislijnen in, ankers los en probeerden dan zo vlug mogelijk terug te raken wat een avontuur op zich bleek te zijn. We moesten verschillende keren de motor uit het water halen, de boot terug losduwen, dieper water zoeken, rotsen en bomen ontwijken die in het water lagen, ... Het was vaak gokken welke kant op te gaan om niet vast te varen wat dan nog dikwijls gebeurde. Na een hele tijd bereikten we opnieuw de monding maar zagen al van ver dat we de boten er niet gemakkelijk uit zouden krijgen. Stephen en Nathan konden niet anders dan de boten een hondertal meter trekken en slepen. De rest bleef veilig in de boot zitten want er stond een waarschuwingsbord dat er 'stonefish' en 'stingray' zaten. Als je trapt op een stonefish moet je razendsnel naar een ziekenhuis want de beet is zeer pijnlijk, kan verlamming veroorzaken en in het slechtse geval fataal zijn. De stingrays kunnen je een ernstige verwonding toebrengen met hun staart die kan leiden tot amputatie en ook fataal kunnen zijn (dit is wat Steve Irwin overkwam). Toch moest iedereen er op een bepaald moment uit want het water was zodanig laag dat we met man en macht (lees vrouw en kinderen) de boten nog een tiental meter verder moesten helpen trekken zodat we er met de jeeps erbij konden. Elk om beurt reden we naar onze boot en stond de andere jeep klaar in geval van nood. Want we wisten niet hoe zacht het zand zou zijn maar de jeeps deden het voortreffelijk. Daarna moesten we nog ons kamp opruimen en vertrokken we huiswaarts.
2 comments:
AMAI, AMAI, AMAI ......
meevaren met de boot vond ik
aangenaam.
maar bij het vangen van de vis
ging bijna alles mis.
( de boot kantelde bijna ...?) en
wat een avontuurlijke terug tocht !
Post a Comment